top of page
Search

Angst om te gaan slapen? Want wat brengt de nacht nu weer...

  • Writer: Frauke Vandemeulebroucke
    Frauke Vandemeulebroucke
  • Jan 2
  • 3 min read


Over overbelaste breinen, waakzaamheid en waarom de oplossing overdag begint

Ik begeleid dagelijks mensen met drukke, overbelaste breinen. Mensen met burn-outklachten, ADHD, hoogsensitiviteit of hoogbegaafdheid. Slimme, betrokken mensen die veel waarnemen, veel denken en vaak ook veel dragen. Mensen die hun omgeving scherp aanvoelen, snel verbanden leggen en zelden écht “uit” staan.

En bijna altijd komt het gesprek vroeg of laat op hetzelfde thema uit: slaap.

Niet kunnen inslapen. Wel inslapen, maar niet doorslapen. Of na enkele uren klaarwakker liggen, met een hoofd dat meteen weer op volle toeren draait. Wat me daarbij steeds opnieuw opvalt, is hoe snel slaap zelf het probleem wordt. Of beter gezegd: hoe slaap een focuspunt, een zorg en soms zelfs een obsessie wordt.

De vicieuze cirkel van het overdrukke brein

Bij een overbelast brein staat het zenuwstelsel overdag vrijwel continu in waakstand. Er is veel prikkelverwerking, weinig filtering en weinig momenten van echte mentale rust. Het brein blijft actief, ook wanneer er objectief gezien niets is om over te piekeren. Niet omdat iemand “te veel denkt”, maar omdat het systeem nauwelijks de kans krijgt om te ontladen.

Wanneer het ’s avonds stiller wordt, gebeurt er iets paradoxaal. Het brein krijgt ruimte. En net in die ruimte komt alles wat overdag is blijven liggen naar boven. Niet noodzakelijk in de vorm van concrete gedachten, maar als een diffuse spanning, een innerlijke alertheid die niet zomaar uit te schakelen valt.

De angst om niet te slapen versterkt dat effect. De focus op moeten slapen verhoogt de waakzaamheid nog meer. Het bed wordt geen plek van herstel, maar een testmoment. Een plaats waar het brein zichzelf observeert en controleert.

Zo ontstaat een vicieuze cirkel:een overbelast brein leidt tot slaapproblemen, en die slaapproblemen zorgen op hun beurt voor nog meer waakzaamheid en spanning. En zo blijft het brein… aan.

Waarom de nacht zelden het echte probleem is

Wanneer mensen slecht slapen, zoeken ze vaak verklaringen in de dag zelf.Wat is er vandaag gebeurd dat ik niet kan slapen?Maar opvallend vaak is er geen duidelijke aanleiding. Geen conflict, geen acuut probleem, geen specifieke piekergedachten. En toch ligt iemand wakker.

Dat komt omdat het verhaal zelden over één dag gaat. Het gaat over opstapeling. Over weken, maanden of soms zelfs jaren waarin het brein te weinig heeft kunnen ontladen. Te weinig momenten heeft gekend waarop de prikkelverwerking écht mocht zakken.

Je kan dus perfect wakker liggen zonder te piekeren, simpelweg omdat het systeem te vol zit. Niet omdat er iets mis is, maar omdat het brein te lang op scherp heeft gestaan.

De nacht aanpakken begint overdag

Slaaphygiëne en avondrituelen zijn waardevol. Ze kunnen zeker ondersteunen. Maar ze zijn zelden voldoende wanneer het brein structureel overbelast is.

Wat vaak vergeten wordt, is dit:je kan een overactief brein ’s nachts niet oplossen, als het overdag geen ruimte krijgt.

Daarom ligt de sleutel zo vaak in wat er overdag gebeurt.

Structuur aanbrengen helpt, niet om alles te controleren, maar om het brein houvast te geven. Focus oefenen — bewust één ding tegelijk doen — vermindert de continue mentale versnippering. Leren filteren, zodat niet elke prikkel, gedachte of taak dezelfde urgentie krijgt, verlaagt de interne druk.

Ook het verschil tussen functioneren op automatische piloot en intentioneel aanwezig zijn is cruciaal. Hoe meer het brein voortdurend “doet”, zonder pauze of afronding, hoe groter de kans dat het ’s nachts blijft doorwerken.

Door overdag het aantal actieve hersenprocessen te verminderen, zakt de algemene waakzaamheid. En wanneer die waakzaamheid daalt, krijgt het brein ’s nachts opnieuw toestemming om los te laten.

Slapen als gevolg, niet als doel

Wanneer de druk in het brein overdag afneemt, verandert er iets fundamenteels. Inslapen wordt makkelijker, doorslapen stabieler, en dat typische klaarwakker worden na enkele uren verliest zijn dominante plaats.

Niet omdat iemand harder zijn best doet om te slapen, maar omdat het brein eindelijk mag uitademen.

Misschien is dat wel de belangrijkste verschuiving: weg van controle over slaap, en richting vertrouwen in het systeem.

Tot slot

Wanneer slapen moeilijk wordt, is dat zelden een teken van falen. Het is meestal een signaal dat het brein te lang te veel heeft moeten dragen.

Durf daarom breder te kijken dan de nacht alleen. Zacht, maar consequent. Rust in het hoofd ontstaat niet op het kussen. Ze wordt voorbereid in alles wat daaraan voorafgaat.

En precies daar kan ook Estimulow een rol spelen: door overdag rust in het hoofd te ondersteunen en bij te dragen aan een evenwichtige neurotransmitterbalans, krijgt het brein opnieuw de ruimte om ’s nachts los te laten.

Niet door slaap te forceren, maar door het systeem opnieuw in evenwicht te brengen.

 
 
 

Comments


bottom of page